Geplaatst door op 23 dec 2014 | 1 reactie

2014 en muziek – een jaar in 25 releases

De lijst 2014 en muziek – een jaar in 25 releases is eigenlijk precies wat ik het noem: een samenvatting van het afgelopen jaar aan de hand van de muzikale voortbrengselen die me het meest zijn bijgebleven. Het is zéér beslist geen lijst die aangeeft in welke volgorde ik de albums waardeer. Geen ‘beste album van het jaar’ dus… Muziek is naar mijn bescheiden mening geen wedstrijd. Bovendien heb ik niet zoveel met de wat hijgerige jaarlijkse geldingsdrang van het gevestigde muziekjournaille. Als ik obscure releases in deze lijst zet (en reken maar dat die erin staan) is dat niet om mijn verfijnde en hoogontwikkelde smaak te benadrukken, maar omdat ik vind dat het geweldige muziek is die elke muziekliefhebber zou moeten horen. Net als vorig jaar maak ik voor elk album een play-button waarmee je het direct in Spotify kunt afspelen.

Als absolute primeur zet ik er dit jaar ook links bij naar de nieuwe lossless streamingdienst TIDAL High Fidelity Music Streaming. TIDAL is in de BeNeLux op het moment dat deze jaarlijst verschijnt alleen nog maar toegankelijk voor eindgebruikers met hardware-streamers van Linn en Bluesound, maar als het goed is zal TIDAL begin 2015 voor iedereen beschikbaar komen. De links openen in de browserversie van TIDAL, waarvoor je je uiteraard wel eerst even moet aanmelden met je gebruikersnaam en wachtwoord.

TIDAL HiFi is een zéér interessant alternatief voor het even dure Franse Qobuz. Ten eerste omdat de collectie wat groter is, maar vooral omdat hij beter bij een wat modernere (en minder…ahum…Frans georiënteerde) smaak past. Nog niet alle albums zijn beschikbaar in TIDAL, maar de betere geluidskwaliteit maakt dat volgens mij meer dan goed. Meerdere manieren om naar de albums uit deze lijst te luisteren dus.

Ik wens iedereen een gezond en prettig en ongelooflijk muzikaal 2015 toe. Tot volgend jaar!

 

A Winged Victory for the Sullen – Atomos

Dit in Brussel wonende (maar uit Amerika afkomstige) duo bestaat uit Dustin O’Halloran en Adam Wiltzie. Ze kennen elkaar van een samenwerking van O’Halloran met het in bepaalde kringen legendarische Stars Of The Lid, waar Wiltzie deel van uitmaakt. Atomos, de soundtrack voor een ballet van Wayne McGregor, is hun tweede volledige album. Eerder maakten ze een prachtig titelloos debuut en een EP die als een soort teaser voor Aromos fungeerde. De muziek die ze samen maken grenst heel erg aan de breed uitgesponnen en van eindeloze melancholie druipende neo-klassieke ambient van Stars Of The Lid, met als belangrijkste kenmerk de zeer fraaie, op cello gespeelde melodielijnen. Ook het pianospel van O’Halloran is tegelijkertijd krachtig en subtiel, met een enorme zeggingskracht. Een geweldige soundtrack bij een vroege ochtendwandeling aan het eind van van een prachtige zomer, als de gouden ochtendzon de nevel boven de al naar hooi geurende velden verdrijft.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

David Crosby – Croz

Oude Meesters, we houden van ze. Kunstenaars en muzikanten die ook op latere leeftijd nog prachtig werk afleveren, met de berustende zelfverzekerdheid die slechts met het vorderen der jaren bereikt kan worden. De inmiddels 73-jarige en zéér fraai gerijpte David Crosby mag absoluut tot deze categorie der grootheden gerekend worden, ook al is Croz pas zijn vierde solo-album en is de vorige van bijna 20 jaar geleden. Hij heeft in een recent interview gezegd dat hij met deze plaat bewust een risico heeft genomen door er geen ‘oudemannenplaat’ met covers of wat krampachtige duetten met sterren van nu van te maken. In plaats daarvan koos hij ervoor om totaal authentieke nieuwe nummers te schrijven. Natuurlijk is een deel van het heilige vuur waarmee hij vroeger bij Crosby, Stills, Nash (en Young) speelde verdwenen, maar ondanks alles is Croz een heerlijke plaat geworden. De typische West-Coast sfeer is relaxed en ongedwongen, de arrangementen zijn smeuïg, met vooral akoestische gitaar, Fenderpiano en af en toe een heerlijke verrassing van collega’s als Mark Knopfler en Wynton Marsalis. Crosby verklaarde in het eerdergenoemde interview ook dat hij hooguit een stuk of 19 exemplaren van dit album dacht te gaan verkopen, omdat hij het niet voor de jeugd van vandaag had gemaakt, maar vooral voor zichzelf. En die oprechtheid maakt nou juist waarom ik het zo’n dijk van een album vind. Meesterlijk!

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Tinariwen – Emmaar

De leden van Tinariwen behoren tot de Kel Tamashek, oftewel de Tuareg, een nomadisch woestijnvolk dat in de westelijke Sahara leeft en over moderne grenzen heen eigenlijk nergens een thuis heeft. Zeker niet nu in dat deel van de wereld de geest van het streng Islamitische en muziek-hatende Al-Qaeda rondwaart. De onafhankelijkheid en vrijheid van de Tuareg is Al-Qaeda een doorn in het oog en dat leidde er dan ook toe dat dit zesde album van de band niet in de Sahara kon worden opgenomen. De band week daarom uit naar andere kant van de oceaan en streek neer in de Californische Mojave-woestijn. En dan komen twee belangrijke zaken aan het licht. Ten eerste dat ‘De Blues’ helemáál niet in Amerika is ontstaan maar in Mali, waar Tinariwen oorspronkelijk vandaan komt, en ten tweede dat je de mens wel uit de Sahara kunt halen, maar de Sahara niet uit de mens. De typische, altijd maar doordwarrelende gitaarpartijen en de vreemde maatsoorten van de West-Afrikaanse popmuziek en het vraag-antwoord spel in de zang zijn prominent aanwezig op dit album en roepen droombeelden op van kleurrijke karavanen die over de zongebleekte zandduinen van oase naar oase trekken, op weg naar de volgende ommuurde witte stad met minaretten erboven. Een onweerstaanbaar album dat zowel héél modern als traditioneel klinkt en dat bovendien ook nog eens heel fraai geregistreerd is. Wereldmuziek met een sterk beeldende kracht, beslist voer voor avontuurlijke bankreizigers.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Plastikman – EX (Performed live at the Guggenheim, NYC)

Richie Hawtin werkt onder zijn eigen naam al jarenlang als zeer succesvol DJ in de Minimal Techno-scene. Hij behoort zelfs tot de pioniers van deze muzieksoort. En hoewel hij onder zijn eigen naam grote successen heeft behaald met compilatie-albums worden de originele titels die hij als zijn alter ego Plastikman uitbracht nog hoger gewaardeerd. Zijn fans moesten de afgelopen jaren over het nodige geduld beschikken, want het laatste Plastikman album dateerde alweer uit 2003. EX is een eenmalige live-performance, opgenomen tijdens het Guggenheim International Gala in New York. De sfeer van EX is minder duister als we van eerdere albums als Consumed gewend zijn maar dat maakt de muziek ook meteen een stuk toegankelijker. De tracks, met namen die allemaal met EX beginnen, lopen naadloos in elkaar over. Dat zorgt al snel voor een soort trance-verwekkende sfeer, waarbij het putdiepe laag (zoals in tracks als EXpand) de lome, bijna onderhuidse beat ondersteunt. De geluidskwaliteit van EX is fantastisch en je kunt (nee moet) hem op vrij hoog volume draaien voor maximaal effect. Maar dan is het ook wel verschrikkelijk lekker…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Holy Sons – The Fact Facer

Toegegeven, de hoes van dit album geeft geen enkele aanleiding tot vrolijkheid. Maar dat past ook wel bij de muziek en de teksten, waar de Weltschmerz werkelijk in zéér grote hoeveelheden vanaf druipt. Dat neemt echter niet weg dat The Fact Facer van The Holy Sons bol staat van de originele en slimme arrangementen. De zich traag voortslepende nummers hebben een folky, Americana-achtig karakter, aangevuld met een ruime dosis shoegaze en sinistere dreampop, met hier en daar een heel klein sprankje hoop in de vorm van mooie vocale harmonieën en fijne gitaarsolo’s. De inkleuring met allerlei elektronica geeft aan de meeste nummers ook nog een bepaalde psychedelische twist die erg lekker is, en het gebruik van sfeercitaten uit allerlei jaren-70 muziek (van soul tot jazz) zorgt voor een extra spannend luisteravontuur. Een bijzonder prettige bonus is dat dit album ook nog eens heel fijn is opgenomen. De klank is warm en zeer ruimtelijk, waarbij de verschillende lagen in de productie goed van elkaar te onderscheiden zijn maar tóch een wonderlijk, bijna betoverend geheel vormen. Bijzonder warm aanbevolen voor melancholici en andere liefhebbers van een lekker duister moppie muziek.

 

The Antlers – Familiars

Dit is zo’n album waardoor je bij de eerste beluistering meteen helemaal wordt inpakt. Het eerste nummer is nog geen halve minuut onderweg als de mooiste melancholieke trompetsolo van de afgelopen tien jaar je ziel al streelt. En die trompet blijkt (oh jubel, oh vreugde) deel uit te maken van het vaste instrumentarium van deze band. Soms zit hij wat dieper in de mix, om plaats te maken voor lekker gitaarwerk, maar hij is altijd aanwezig als belangrijke sfeermaker. De wat klaaglijke, hoge zang van Peter Silberman past wonderwel bij de rijk gearrangeerde en gelaagde folky slow-rock van dit trio, waarin naast de trompet ook nog piano, strijkers en aardig wat elektronica verstopt zitten. De sfeer is op een prettige manier een beetje lijzig. Ideaal als soundtrack voor het eind van een zeer geslaagd feest, wanneer de meeste gasten al weg zijn en alleen de allerbeste vrienden nog wat blijven hangen. De geluidskwaliteit is goed, maar niet briljant. De lofi-roots van dit bandje, dat daadwerkelijk in een slaapkamer is opgericht, zijn hier en daar nog wel aanwezig, maar een kniesoor die daar op let als je er zulke prachtige muziek voor krijgt.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Krusseldorf – Fractal World

Krusseldorf is één van de vele namen waaronder de in Zweden geboren muzikant en producer Simon Heath muziek uitbrengt. Ik ken niet alles wat de man heeft uitgebracht (volgens de beknopte bio op zijn Bandcamp pagina heeft hij inmiddels zo’n dertig albums gemaakt) maar ik kan me niet voorstellen dat er in zijn oeuvre iets smakelijkers zit dan de heerlijke downtempo chillout die hij op Fractal World laat horen. Voor de liefhebbers van de betere ‘balearic’ lounge is dit verplichte kost, en ook verwende huiskamer-psychonauten zullen, ronddwalend in de zorgvuldig in elkaar gestoken elektronische soundscapes van Heath, heel wat van hun gading vinden. De opnamekwaliteit van deze grotendeels instrumentale muziek is van het allerhoogste niveau. Overal in het zeer transparante en weidse geluidsbeeld zitten kleine geluidjes verstopt, maar wie denkt dat dit album uitsluitend een freaky tweedimensionale showcase voor ’s mans studiovaardigheden is heeft het mis. Deze muziek heeft wat mij betreft écht een ziel. Aardig detail: bij de uiterst betaalbare download van dit album op zijn Bandcamp pagina kun je ook kiezen voor een flac-file in 24bits/44.-kHz resolutie. Doen hoor!

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Ø – Konstellaatio

Achter het Finse Ø gaat niemand anders dan Mika Vainio schuil, die al 30 jaar de grenzen van de moderne elektronische muziek verkent. Zijn bekendste project is waarschijnlijk het duo Pan Sonic, waarmee hij in de jaren ’90 en ’00 weerbarstige noisy techno van het minimale soort maakte. Als Ø schildert hij in sombere pasteltinten allerlei dromerige buitenaardse soundscapes. Het is toch typisch dat dit soort muziek altijd onmiddellijk herkenbaar is als Scandinavisch, net zoals je de voortbrengselen van Biosphere en The Knife altijd meteen kunt plaatsen. Op Konstellaatio is weliswaar weinig licht te bekennen, maar het is zeker niet alleen pure duisternis wat de klok slaat. De schaarse, glitchy percussie houdt je een beetje bij de les terwijl je ronddwaalt in een enorm doolhof van geluid. Dit is een album om lekker hard te draaien en met gesloten ogen te beluisteren. De productie is uitstekend. De muziek klinkt weids en gelaagd en er zit bij tijd en wijle echt ongelooflijk diep laag in de tracks. Voor de liefhebbers van onderkoelde, winterse elektronica is dit album echt een aanrader, maar wie meer afwisseling en actie in zijn muziek wil hebben zal dit waarschijnlijk een uitdaging vinden. Neem in elk geval de tip om dit album vrij hard te draaien van me aan, want als je Konstellaatio op de kabbelstand speelt verliest de muziek minstens de helft van zijn impact.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

The Flashbulb – Nothing Is Real

Eigenlijk heb ik eerder dit jaar het gras een beetje voor mijn eigen voeten weggemaaid door een artikel over de verzamelde werken van The Flashbulb te schrijven. Ik schreef toen dat het me vanaf de eerste tonen duidelijk was dat dit album van Benn Jordan a.k.a. The Flashbulb aan het eind van 2014 in mijn traditionele ‘Een jaar in 25 releases’ terecht zou gaan komen. En vooruit dan, één van de recensies in deze lijst hebben sommige mensen dan dus waarschijnlijk al gelezen…  Voor de rest van de lezers doe ik het hier toch nog even dunnetjes over. De heftigheid van Hardscrabble uit 2012 wordt op Nothing Is Real ingeruild voor een wat kalmer en vooral meer trippy geluid. De gelaagdheid in de composities en het huzarenstukje dat Jordan in de studio heeft uitgehaald om het niveau van transparantie te bereiken dat hier te beluisteren valt tonen aan dat we naar een volwassen artiest luisteren, die volledig soeverein werkt in alles wat hij doet. Geen knieval voor de commercie, maar wel de nodige melodieuze toegankelijkheid, dát soort geniale tegenstellingen. Er zijn voor het eerst duidelijke invloeden van wereldmuziek te horen en het geheel klinkt ook weer wat meer symfonisch. Hoogtepunt van het album is wat mij betreft het bloedstollend mooie Troubled Plains, dat eerder dit jaar ook gebruikt is voor het introductiefilmpje van de iFi Micro iDSD op deze pagina’s. De oprechte pathetiek spat er vanaf en aan het einde moet ondergetekende altijd even heel nodig ‘zijn neus snuiten’. Jammer dat ik het woord Geniaal al een keer eerder gebruikt heb…

 

Swans – To Be Kind

Het is absoluut niet mijn bedoeling om over de gebeurtenis te pochen, maar sinds ik in 1994 Swans frontman Michael Gira in een Amsterdamse platenzaak ontmoette en enige tijd met hem kon spreken heb ik nóg meer bewondering voor hem en zijn werk gekregen. Gira bleek een ongelooflijk welbespraakte intellectueel te zijn, een scherp analyticus die (overigens nog steeds en met enige regelmaat) verstandige dingen weet te zeggen over tal van onderwerpen. Ik vertelde hem dat ik het beeld van de eloquente denker wat moeilijk kon rijmen met de inktzwarte en loodzware industriële dreunmuziek die hij maakt. Het album Greed uit 1986 blijft mijns inziens de ultieme soundtrack om je op een regenachtige zondagmiddag eens fijn bij te gaan verhangen in een afgelegen park. Zijn antwoord was enerzijds heel simpel en ontwapenend, maar gaf ook aan dat hij bepaalde dingen toen al drommels goed in de gaten had: “Anders luisteren de mensen niet naar wat ik wil vertellen,” zei hij. Hoewel Gira in de loop der jaren een heel klein beetje milder is geworden in zijn muzikale terrorisme wordt er ook op deze verpletterende dubbel-cd weer geregeld flink van leer getrokken. Niet dat het een muzikale puinhoop is, verre van dat. De nummers zitten knap in elkaar en vormen een soort van samenhangend geheel, maar echt toegankelijk is het niet. De beste manier om naar een Swans album te luisteren is door de gordijnen dicht te doen, je telefoon uit te schakelen en het gewoon over je heen te laten komen. Op hoog (en dan bedoel ik hóóg) volume. Probeer het maar eens, het is een bijna louterende ervaring…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Bugge Wesseltoft – Trialogue

Ik hou van de muziek van Bugge Wesseltoft. Deze Noorse pianist slaagt er wat mij betreft altijd in om de grenzen van de jazz een beetje op te rekken en kruisbestuivingen met allerlei genres te verzinnen die zonder uitzondering interessante albums opleveren. Als hij daarbij één voorkeur aan de dag legt zou dat waarschijnlijk toch de cross-over met elektronische (dans)muziek zijn. Hij maakt graag gebruik van de kleuren en mogelijkheden die de elektronica aan zijn palet toevoegt en af en toe is het resultaat heel dansbaar, zoals op het album Duo dat hij met deep-house producer Henrik Schwarz maakte. Ook op Trialogue is Schwarz weer van de partij, maar dit keer is het team aangevuld tot een trio (vandaar de titel neem ik aan) door de toevoeging van bassist Dan Berglund. Berglund is ook niet onbekend met cross-over jazz, aangezien hij afkomstig is uit het Esbjörn Svensson Trio. De muziek die de drie heren maken is in de basis toch wel echte jazz, maar in elk nummer zit wel een verborgen luikje dat opeens opengaat, en waaruit je allerlei onverwachte elementen in de muziek hoort verschijnen. Eén van de hoogtepunten van het album bevindt zich ongeveer halverwege, waar het redelijk traditioneel startende nummer Take A Quick Break na ongeveer drie en een halve minuut heel voorzichtig een onweerstaanbaar dansritme begint te ontwikkelen dat nooit echt losbarst maar heerlijk onderhuids voortkabbelt onder een warme deken van pure jazz. Erg fraai gedaan, op het epische af… Het loungy, op de elektrische piano gespeelde nummer This is My Day is dan een mooie opmaat naar de afsluiter van het album; een prachtige, broeierig gespeelde uitvoering van de Thelonious Monk-klassieker Round Midnight.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Gazelle Twin – Unflesh

Elektronische muziek is toch een beetje een mannending. Kennelijk. Weinig vrouwen in dat wereldje. Ik oordeel daar trouwens niet over, ik constateer slechts, want als ik mijn mening daarover zou moeten geven zou ik juist zeggen dat het niet alleen onterecht is, maar ook doodzonde. Vrouwen componeren anders dan mannen. Over het algemeen minder rechtlijnig, ook als er geprobeerd wordt om tóch aan bepaalde muzikale conventies te voldoen. Vrouwen zijn ook eerder geneigd om zich buiten de gebaande paden te wagen. Om ‘out of the box’ te denken en op die manier zeer verfrissende en onconventionele elektronische muziek te maken. Dat doet Elisabeth Bernholz uit Brighton in elk geval. Haar sterk industriële en avant-gardistische muziek met een flinke scheut 80’s Gothic erdoor is ‘creepy as hell’ maar tegelijkertijd woest aantrekkelijk. De ritmes zijn hoekig en de geluiden zijn weerbarstig. Haar teksten spuugt ze soms bijna in de microfoon en overal zit vervorming op. Maar als je daar doorheen luistert (dat lukte mij trouwens pas na een stuk of vijf draaibeurten) blijkt de chaos eigenlijk tot in de perfectie geregisseerd te zijn. Als ik een omschrijving van de productie van dit opwindende album zou moeten verzinnen zou ik waarschijnlijk uitkomen bij iets als ‘gecontroleerd net niet uit de bocht vliegen’. Tijdens een paar zeldzame momenten waarop ze min of meer onvervormd zingt blijkt ze trouwens over een mooie mezzo-sopraan te beschikken die verrassend lieflijk klinkt. Deze muziek lijkt eigenlijk helemaal nergens op, maar dat mag in dit geval als een warme aanbeveling worden beschouwd.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

How To Dress Well – What Is This Heart?

Tom Krell, de man achter How To Dress Well, laat op zijn derde album What Is This Heart? een zeer fraaie en soms zelfs ronduit verfijnde vorm van moderne, rijk gearrangeerde popmuziek horen. Door zijn emotionele falset doet de zang af en toe een beetje denken aan James Blake, maar zijn muziek is uitbundiger en zwoeler en herinnert aan het debuutalbum van Jamie Woon. Het is strak in elkaar gezette moderne muziek met een hart van lichte R&B en Dubstep die, in tegenstelling tot de pulp die veel van zijn tijdgenoten maken, over een grote emotionele diepgang beschikt. Dit is muziek waar je vaker naar wil luisteren; die zo geraffineerd in elkaar zit dat je ook bij de tiende doorgang nog details opmerkt die je eerder waren ontgaan. Het wonderlijke aan deze muziek is dat hij zich aan lijkt te passen aan je stemming. Ben je melancholiek, dan hoor je dat in de muziek terug, ben je vrolijk dan spreekt er juist een hoopvol optimisme uit. Waarschijnlijk is dit het meest commerciële album dat ik in deze lijst heb staan. Hoewel ik niet expres de wat obscuurdere muziek selecteer geeft dat wél aan hoe ik over de meeste commerciële muziek denk. Dat zou waarschijnlijk anders zijn als méér commerciële muziek zou klinken als deze…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Matthew Halsall & The Gondwana Orchestra – When the World Was One

Slechts drie jazz-albums in de lijst dit jaar, niet bij gebrek aan goede releases, maar vanwege een overschot aan geweldige releases in andere genres. When The World Was One van Trompettist Halsall mag echter niet ontbreken. Dit album was mijn eerste kennismaking met zijn muziek en ik was vanaf de eerste beluistering verslingerd aan de melodieuze, soms exotisch gearrangeerde mini-band band muziek van deze groep uitstekend op elkaar ingespeelde musici. Luister maar eens naar het spannende ‘A Far Away Place’, één van de vele hoogtepunten van het album. Het traditionele jazz-instrumentarium van piano, bas, drums, trompet en saxofoon wordt aangevuld met koto, fluit en harp en dat levert intense, dromerige mid-tempo jazz op met een hoog filmisch gehalte. Dat laatste is trouwens ook weer niet zo verwonderlijk, want als je de line-up bekijkt zie je dat de drums worden bespeeld door Luke Flowers, die je zou kunnen kennen van The Cinematic Orchestra. Dit briljante album is wat mij betreft de ‘independent’ jazz-release van het jaar, uitgebracht op het eigen label van Halsall. Een hele fijne bonus is dat het ook nog eens erg goed is geproduceerd, met veel ruimte tussen de instrumenten die zo te horen allemaal in één take zijn opgenomen. Aanbevolen, aanbevolen, aanbevolen. Dat lijkt me duidelijk…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Orcas – Yearling

Thomas Meluch en Antion Irisarri maken als duo onder de naam Orcas weidse, dromerige drone-liedjes die doorgaans heel geruststellend klinken, maar die af en toe ook een lekker kartelrandje hebben. Hun naamloze debuut uit 2012 wist het destijds ook al tot mijn jaarlijstje te schoppen, en opvolger Yearling ontpopt zich op geen enkele wijze als ‘het moeilijke tweede album’. In tegendeel, Yearling klinkt georganiseerder en gelaagder dan het debuut, zonder in te leveren op de kenmerkende sfeer. Hoogtepunten zijn de prachtige, heel in de verte een beetje aan Boards Of Canada herinnerende opener ‘Petrichor’, het psychedelische en glitchy ‘Capillaries’, het onderhuids dreunende ‘Filament’ en de broeierige afsluiter ‘Tell’. Er zijn – vooral door de galmende zangpartijen – regelmatig verrukkelijke vleugjes jaren-80 dreampop te horen, maar de muziek is vooral zichzelf: intelligente, langzame popmuziek, diep weggedoken in een jas van ambient met een voering van toegankelijke noise. De productie is niet onaardig, maar de klank neigt flink naar warm en bassig en heeft een vrij hoge dichtheid. Wat overigens wel weer bijdraagt aan de sfeer.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Glass Animals – ZABA

Glass Animals maakt muziek die enerzijds flink wat onversneden pop-appeal heeft, maar die anderzijds ook meerdere verdiepingen bevat waar de nodige ‘twists and turns’ in zijn verstopt. De sfeer van ZABA doet me sterk denken aan Do You Like My Tight Sweater, het verrukkelijke en geniale debuut van Moloko uit 1995. Als je ZABA op repeat laat draaien raak je vrij snel je gevoel voor tijd kwijt. Het instrumentarium is grotendeels elektronisch maar wordt in ongeveer de helft van de nummers relatief conservatief ingezet, zoals in het bescheiden underground-hitje Black Mambo, dat aan de betere jazzy triphop ten tijde van de millenniumwisseling doet denken. Op de andere helft van het album zijn de arrangementen juist heel suggestief, bijvoorbeeld in het mysterieuze Intruxx. Het toepasselijk getitelde ‘Wyrd’ is dan weer een zéér geslaagde crossover tussen beide. Het is bijna niet te geloven dat dit het debuut is van deze band uit Oxford, zo hoog is het niveau. De productie is daarbij ook nog eens mooi transparant en ruimtelijk. Toegankelijke muziek hoeft niet plat en leeg te zijn, dat bewijst Glass Animals onomstotelijk met ZABA.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Ocoeur – A Parallel Life

Ook vorig jaar selecteerde ik een album van Ocoeur voor mijn jaarlijst, en dat was niet voor niets. Het debuut van muzikant/producer Frank Zaragoza was geweldig en de avontuurlijke lijn die hij voor zijn eerste album koos heeft hij op A Parallel Life gelukkig voorgezet. Van de breed uitwaaierende glitchy IDM van First Highway tot de verhalende, mild vervreemdende ambient van Beyond Infinite klopt dit album weer helemaal. Ik verbaas me er steeds vaker over hoe ontzettend intens en emotioneel elektronische muziek kan zijn als de muzikant die hem maakt maar weet waar hij mee bezig is. Juist door geen enkel voor de hand liggend geluid te kiezen en veel verschillende laagjes op meesterlijke wijze tot een geheel te laten versmelten schildert Zaragoza een wonderlijke, veelkleurige wereld op het canvas van mijn verbeelding. Een wereld waarin ik zelf voortdurend op een prettige en steeds veranderende manier de regie houd. De opnamekwaliteit van dit album is trouwens ook weer om door een ringetje te halen. Er is een grote, gulle ruimtelijkheid, een prettige dynamiek en je kunt diep, héél diep in de kristalheldere opname kruipen. Heel fijn dit, heel fijn…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Tarwater – Adrift

Ik heb al heel lang een zwak voor de muziek van dit Duitse duo, dat bestaat uit gitarist/bassist/programmeur Bernd Jestram en drummer/zanger/programmeur Ronald Lippok (die, voor de kenners, ook lid is van de elektronische post-rock band To Rococo Rot). Hoewel de muziek van Tarwater als ‘voornamelijk instrumentaal’ te boek staat wordt er op Adrift in meer dan de helft van de nummers gezongen. Toegegeven; de markante, wat lijzige en half parlando gezongen vocalen en de wat gekunstelde, aarzelende voordracht van Lippok moeten je liggen, maar als je eenmaal ben gevallen voor de charmes ervan is het een onweerstaanbaar onderdeel van de muziek. En bovendien; zodra je in de gaten krijgt wat voor inventieve, complexe maar toch toegankelijke muzikale arrangementen je erbij krijgt klaag je niet meer. Pak een track als The Glove. Echt helemaal Tarwater. Vol en dreigend, maar ook fascinerend. De muziek van Tarwater heeft op mij altijd het effect dat ik, terwijl ik nog hard zit te gaan op de track die speelt, alweer benieuwd ben naar wat er daarna komen gaat. Een ander effect is dat je denkt dat de albums van dit bijzondere duo veel langer duren dan ze in werkelijkheid zijn. Of het komt door het gebruik van allerlei verschillende ritmes en vervreemdende samples weet ik niet, maar na de eerste beluistering had ik het idee dat ik minstens een uur van de wereld was geweest. Mispoes dus. Nét geen 40 minuten. Ook dát is een zeldzaam talent, want het betekent dat de muzikant je helemaal te pakken heeft en dat je plaats en tijd vergeet tijdens het luisteren. Petje diep af!

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Tycho – Awake

De melancholieke, grotendeels instrumentale muziek van Tycho (Scott Hansen) wordt wel eens vergeleken met die van het schotse duo Boards Of Canada. En hoewel ik dat, als ik me even inspan, op basis van de sfeer in de muziek wel kan begrijpen moet ik BoC-fans die nu in gestrekte draf naar de winkel willen rennen om zich de verzamelde werken van Tycho aan te schaffen toch even waarschuwen. Scott Hansen’s elektronische muziek bestaat voor meer dan de helft uit gitaarklanken. Weliswaar heerlijk opgeleukt met ruimtelijke effecten (denk aan het geluid van 80’s-revival bandjes als The XX) maar dus niet helemaal hetzelfde. Een andere vergelijking die nog wel eens voorbij komt, en waar ik het eigenlijk veel méér mee eens kan zijn, is die met Ulrich Schnauss. De zwevende elektronische dreampop die deze Berlijnse muzikant op albums als Far Away Trains Passing By maakte zou je vrij naadloos met die van Tycho kunnen mixen. Dat gezegd hebbende hoef ik waarschijnlijk niet meer te vertellen dat Awake wat mij betreft een heerlijke plaat is. Ik vind hem vooral heel erg zomers klinken. Op een warme dag met een stel vrienden in de auto naar het strand, ramen open, lekker cruisen over de binnenwegen, en dan dit op 10 uit de luidsprekers laten blèren… Het enige dat ik jammer vind is de relatief korte tijdsduur. Het hele album brengt nog geen 37 minuten op de teller, en dat had van mijn wel wat meer mogen wezen. Mits de kwaliteit gewaarborgd zou zijn tenminste, want het voordeel is wél dat het nu van de eerste tot de laatste noot een ijzersterke plaat is.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Damien Jurado – Brothers and Sisters of the Eternal Son

Het is puur toeval dat mijn recensie van dit inmiddels dertiende album van Damien Jurado tegen de kerst verschijnt. Het is waarschijnlijk zelfs puur toeval dat dit zijn dertiende album is. Toch hangt het leven soms overduidelijk van toeval aan elkaar. Ik zal me nader verklaren. De verwijzingen die ik maak naar de kerst en naar de dertiende hangen samen met de de titel van dit bijzondere album, dat overduidelijk (en ondersteund door de thematiek van de rest van het album) verwijst naar Jesus Christus (was Hij niet de dertiende te midden van zijn apostelen?). Niet dat het een erg religieus album is trouwens. Jurado verwijst soms weliswaar overduidelijk (maar niet als een soort missionaris) naar zijn geloof, maar met hetzelfde gemak gooit hij ook allerlei Sci-Fi thema’s door zijn teksten, blijkbaar een andere liefhebberij van hem. Nee, de reden dat ik, als bewust ongelovige, dit album zo enorm waardeer is de prachtige, psychedelische en rijk gearrangeerde eind-jaren-60 folky pop en rock die erop staat. Dit is Jurado’s derde opeenvolgende samenwerking met producer Richard Swift, die de toon en de atmosfeer van de late sixties en vroege seventies perfect weet te recreëren. Dit album ademt bovendien West-Coast en dat is, boven alles, hetgeen waar ik elke keer weer als een blok voor val. De klank is warm en vol maar niet erg dynamisch, en het laag is soms wat wollig en aangezet. Dat past echter perfect bij de composities, net als de weelderige strijkers-arrangementen die echt de kers op de slagroom zijn. Als iemand me had verteld dat dit een verloren gewaand concept-album uit 1969 is had ik het onmiddellijk geloofd. Prachtplaat!

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Chat Noir – ELEC3CITIES

Het derde en laatste jazz-album in mijn jaarlijst, hoewel die genre-aanduiding de lading eigenlijk bij lange na niet dekt. Dit is echt iets bijzonders. Chat Noir is afkomstig uit Italië en op Elec3cities maken ze een verbluffende mix van jazz, wereldmuziek en onversneden psychedelica. Al in de opener Avant Buddha krijg je het hele spectrum om je oren en zit je na de kleine 7 minuten die het nummer duurt even verwonderd om je heen te kijken. Wat is er daarnet gebeurd? Waar heb ik naar zitten luisteren? Aftrappen met een a-cappella gezongen Noord-Afrikaanse zanglijn, vervolgens een meesterlijk Arabisch drumritme neerleggen waar allerlei elektronica omheen wervelt terwijl er riffs worden gespeeld op een Oud, om iets voorbij de helft opeens open te breken in onvervalste jazz, met een staande bas en brede akkoorden op de vleugelpiano. Bereid je bij het beluisteren van de rest van dit merkwaardige album maar voor op meer van dat soort briljante verrassingen. De ene track is nog vervreemdender dan de andere. Dit trio maakt intense, oneindig spannende muziek, die ik een genre op zichzelf zou kunnen noemen als de genialiteit ervan me de lust tot duiding niet totaal zou hebben ontnomen. Onderga het. Duik erin. Draai dit op de beste hifi-set die je in huis hebt of zet de beste hoofdtelefoon op die je kunt vinden en verwonder je. Dit is Muziek met een Grote M die schaamteloos is genegeerd in veel vooraanstaande publicaties. Mede daarom verdient Chat Noir op deze plaats een dringende aanbeveling. Zoals je weet doe ik principieel niet aan ‘de plaat van het jaar’, maar deed ik dat wél, dan zou deze op de shortlist staan…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Museé Mecanique – From Shores of Sleep

Ik moet toegeven dat ik Musée Mécanique sinds hun uitermate charmante debuut Hold This Ghost uit 2008 een beetje uit het oog verloren ben. In 2010 heeft deze band uit Portland, Oregon nog Like Home uitgebracht, maar dat is helemaal aan me voorbij gegaan. Sindsdien hebben ze hun tijd genomen en duurde het dus vier jaar eer er nieuw werk te vieren was. Die lange rijping is trouwens wél te horen op dit nieuwe album. De dromerige folky popliedjes die het debuut zo’n fijn groeibriljantje maakten zijn er nog steeds, maar er zijn inmiddels meer facetjes aan geslepen en ze zijn nóg helderder en transparanter geworden, wat duidelijk meer innerlijke schittering geeft. Het instrumentarium wordt naast bas, drums, gitaar en toetsen op nogal opmerkelijke wijze aangevuld met banjo, glockenspiel, melodica en zingende zaag, en de arrangementen zijn stuk voor stuk briljant uitgewerkt. Er is van dit album blijkbaar ook een instrumentale (bonus)versie in omloop, maar die haalt het niet bij de sfeer van het origineel. Dat komt omdat deze muziek voor een belangrijk deel gedragen wordt door de fraaie samenzang van multi-instrumentalisten Micah Rabwin en Sean Ogilvie. Hun stemmen passen echt heel mooi bij elkaar en hun harmonieën roepen allerlei muzikale herinneringen op, van Fleet Foxes tot Simon & Garfunkel. Echt een verrukkelijk album dat het afgelopen jaar relatief veel speeltijd bij mij heeft gekregen.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Loscil – Sea Island

Wie niet bang is om zich op internet eens te verdiepen in de wereld van de obscure, minimalistische underground-electronica zal ongetwijfeld de naam Loscil wel eens zijn tegengekomen. Zij die in dat geval ook nog de euvele moed hadden om verder te klikken hebben vrijwel zeker dezelfde gelukzalige ervaring meegemaakt die ik altijd krijg als ik me onderdompel in het warme bad dat geluidskunstenaar Scott Morgan voor zijn luisteraars laat vollopen. Het is ambient, maar absoluut niet van het slaapverwekkende, statische soort. Er is genoeg te beleven in de weidse klanklandschappen die Loscil produceert, met meerdere goed van elkaar te onderscheiden laagjes. Repetitie en looping zijn belangrijke onderdelen van zijn muziek, en hij laat samples op elkaar inwerken tot ze elkaar lijken te gaan moduleren, waardoor er een fascinerend geheel aan ritmes ontstaat dat vreemd genoeg helemaal niet chaotisch klinkt. En dáár bewijst zich de meester. De muziek van Loscil is gemakkelijk te beluisteren. Daarmee bedoel ik dat hij geen weerstand oproept. Hij neemt je mee, voert je verder, in plaats van je af te stoten. Het onderkoelde minimalisme van de composities herinnert af en toe een beetje aan de ‘Selected Ambient Works’ van Richard D. James alias Aphex Twin, en dat bedoel ik als een groot compliment.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Edward Ka-Spel – Are You Receiving Us, Planet Earth ?!

Ik ben al ruim 25 jaar fan van Edward Ka-Spel, de van oorsprong Britse dichter/muzikant die zowel solo als met zijn band The Legendary Pink Dots precies het soort psychedelica maakt waar ik heel erg blij van word. Ik hou van zijn klaaglijke stemgeluid en lijzige uitspraak, waarmee hij zijn naargeestige teksten ‘zingt’ en spreekt. De muziek die hij daar op zijn solo-albums bij maakt heeft door de jaren heen steeds meer een collage-achtig karakter gekregen. Ook op dit album, een samenwerking met elektronisch componist Philippe Petit, is er eerder sprake van soundscapes dan van songstructuren en de sfeer is ondanks de zéér ruimtelijke en transparante productie beklemmend, nee, claustrofobisch. Het ruim 13 minuten lange titelstuk schetst een soort ‘lost in space’ scenario waarbij een ruimteschip, in mijn levendige fantasie hopeloos verdwaald aan de rand van de melkweg, in paniek naar huis belt met de mededeling dat we inderdaad niet alleen zijn. Dat soort thema’s doen het in de psychedelica sowieso altijd goed, maar de uitwerking die deze twee veteranen eraan geven is van een uitzonderlijke klasse. Het andere hoogtepunt is het bijna even lange ‘Where Does The Sound Go’, waarin Ka-Spel op onnavolgbare wijze de doemprofeet speelt en vol poëtische pathetiek een verhaal vertelt waarin hij fantaseert over de plaats waar al het geluid heen gaat. En natuurlijk laat hij horen hoe het daar volgens hem klinkt. Vaag? Reken maar! Een meesterlijke muzikale trip om bij voorkeur bij kaarslicht naar te luisteren.

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Nguyên Lê – Celebrating The Dark Side Of The Moon

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een tribute-album in een jaarlijstje heb opgenomen. De meeste tribute-albums bieden wat mij betreft namelijk niet wat ze pretenderen, en sommigen zijn zelfs ronduit beschamend. Dat is misschien een hard oordeel, maar ik ken weinig tributes die op werkelijk genietbare wijze een ode brengen aan het werk van een artiest of band. Vaak zijn het sneue verzamelingen van halfbakken nieuwe arrangementen, gespeeld door semi-bekende bandjes die willen laten horen dat ze heus wel weten waar Abraham de mosterd haalt. Het moge duidelijk zijn dat ik geen fan van het ‘genre’ ben. Pink Floyd is een band die al tientallen keren de twijfelachtige eer van zo’n treurige lofzang te beurt is gevallen en ik had voor deze nieuwste poging dus geen al te hoge verwachtingen. De stunt die de Frans/Vietnamese gitarist Nguyên Lê hier met behulp van arrangeur Michael Gibbs en de steengoede Duitse NDR Big Band uithaalt is echter briljant. En weet je wat, ik heb het grootste deel van dit stukje besteed aan het uitleggen waarom de meeste tributes NIET deugen, ga nu zelf maar eens beluisteren waarom deze niet alleen deugt, maar zelfs volkomen fabeltastisch is. Achter de Spotify link gaat helaas ‘slechts’ een promo schuil waarbij maar 6 van de 15 tracks te beluisteren zijn. Normaal laat ik alleen hele albums horen, maar ‘normaal’ schrijf ik ook niks over tributes. De TIDAL link leidt overigens wél naar het volledige album. Over meerwaarde gesproken…

Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

Eén reactie

  1. 30-1-2015

    Als een herfstoogst waar ik tot dik in het voorjaar uit kan putten en proeven… Miste hem al op je Spotify lijst. Dank, dank voor inspiratie. Op dit moment vooral konstelaatio.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.