Geplaatst door op 23 dec 2015 | 2 reacties

2015 en muziek – een jaar in 24 releases

Het is amper te geloven dat het nu alweer bijna 365 dagen geleden is dat ik vanaf deze plaats 2014 uitgeleide deed met een lijst van albums die mij dat jaar op de één of andere manier geraakt hadden. Het is inmiddels een traditie geworden, en hoewel ik bezig ben om voor volgend jaar de vorm een beetje te veranderen hoeven trouwe lezers waarvan ik weet dat ze ernaar uitkijken niet te vrezen: ik ga er voorlopig nog wel even mee door. Bij het zoeken in mijn digitale muziekcollectie zag ik dat ik sinds afgelopen januari maar liefst 171 albums met release-jaar 2015 heb toegevoegd. Het lijkt dus niet moeilijk om daar een selectie van 25 stuks uit te maken, maar om te beginnen haal ik er alle verzamelalbums uit. Nu heb ik een beetje een hekel aan verzamelalbums en ik mijd ze daarom als de pest, dus veel zijn dat er niet, maar ze kunnen sowieso niet mee omdat ze vaak ook tracks uit andere jaren bevatten. Dan probeer ik ook een aardige selectie van verschillende genres samen te stellen, zodat er in mijn lijst voor elk wat wils te vinden is. Vervolgens schrap ik de meest brute metal en de meest lethargische ambient – het moet wel leuk blijven, zeg maar – en tot slot moet er worden vastgesteld of de albums zowel in Spotify als in Tidal te beluisteren zijn.

Dat laatste brengt jammer genoeg de grootste schifting aan, en dat zegt zowel wat over mijn gemiddelde smaak (overduidelijk te obscuur…) als over het aanbod in de online muziekbibliotheken van streamingdiensten als Spotify en Tidal. Waar ik overigens eerder dit jaar met een in vitriool gedoopte pen een stukje over schreef met betrekking tot de beperkte houdbaarheid van muziek die je via je abonnement op zo’n streamingdienst uit De Cloud beluistert. Licenties voor het ‘gebruik’ van deze muziek verlopen immers, en ze worden niet altijd vanzelf verlengd, dus verdwijnen er om de zoveel tijd albums uit mijn playlists. En daarom misschien ook wel uit de lijsten die ik de afgelopen jaren in december heb gepubliceerd. Ik heb er nog niet naar durven kijken eerlijk gezegd…

Enfin, we dwalen weer af. Ook dat is een traditie geworden… De lijst van dit jaar bevat vier albums waar ik eerder al wat over verteld heb, dus ik ga lekker leentjebuur bij mezelf spelen. Waarom hetzelfde nog eens opschrijven als je mening in de tussentijd niet is veranderd? Ze staan niet voor niets ook in deze lijst… De reviews zijn net wat korter dan vorig jaar. Gemakkelijker te lezen en – niet onbelangrijk – gemakkelijker te schrijven. Zoals gebruikelijk staan de albums in alfabetische volgorde, want ik weiger nog steeds om een ‘beste album van het jaar’ aan te wijzen. Muziek, zo herhaal ik elk jaar met grote nadruk en geheven wijsvinger, is geen wedstrijd! Hier is mijn selectie, met genoeg fraais om tot na de kerstdagen vooruit te kunnen. Met goed gezelschap en copieuze hoeveelheden lekker eten en drinken erbij, dat spreekt. Veel plezier!

 

Agent Side Grinder – Alkimia

Ondanks dat ik mijn middelbare schooltijd in de jaren ’80 heb doorgebracht heb ik een tijd lang weinig interesse gehad in de muziek die in die periode is gemaakt. Maar zoals het een goed eclecticus betaamt heb ik die schuld later ruimschoots ingelost. Met name de betere 80’s post-punk, elektro- en darkwave bevallen me uitstekend, omdat ze me nu op een plezierige wijze herinneren aan mooie bleke, naar patchoeli ruikende vleermeisjes met zwart piekhaar en puntschoenen. En als je je dan in de bijbehorende muziekscene gaat verdiepen kom je er achter dat ook dáár een levendige revival heeft plaatsgevonden. De Zweedse band Agent Side Grinder behoort tot de belangrijkste exponenten van de ‘New Wave Of New Dark Wave’ en hun jongste album Alkimia is een sfeervol eerbetoon aan inmiddels lang vervlogen tijden. Als je hun volledige oeuvre beluistert is duidelijk dat Alkimia met afstand hun meest gepolijste werk bevat. Nu is er op zijn tijd helemaal niks mis met een lekker lo-fi klinkend stukje keukentafelvlijt, maar door de goede productie is Alkimia voor mij wel de betere soundtrack voor zoete herinneringen aan een tijd dat ik met totaal ander muziek bezig was, en niet in de gaten had waar ‘het’ werkelijk gebeurde.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Björk – Vulnicura

Op haar eerste studioalbum sinds 2011 (Biophilia) tapt de IJslandse elf voor een deel uit een bekend vaatje. Dansplaten maakt ze al lang niet meer, het zijn verzamelingen avantgardistische miniatuurtjes geworden die je, met een vrij ruime fantasie, ‘folky elektronische ballades met strijkers’ zou kunnen noemen. Alleen leverde dat tot nu toe albums op die weliswaar schitterend in elkaar staken, maar ook een nogal onthechte, puur stilistische indruk achterlieten. Niet zo op Vulnicura. Dit is een extreem coherent en ongelooflijk confronterend ‘break-up’ album van de allerhoogste zuiverheid. Björk fluisterschreeuwt al het leed van haar beëindigde relatie met collega-artiest Matthew Barney van zich af en dat levert, zoals zo vaak, prachtige maar soms ook intens droevige muziek op. Wereldplaat!


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

CFCF – Radiance & Submission

De Canadese producer Michael Silver maakt onder de naam CFCF fraaie elektronische muziek die qua stijl schommelt tussen ambient, techno en stevige pop. Hij is geen debutant in deze lijst, ik volg hem al langer en hij blijft toffe muziek uitbrengen. In 2015 leverde hij maar liefst twee albums af; het opgewekte, behoorlijk dansbare en als één lange track gecomponeerde maar in afzonderlijke delen af te spelen album The Colours Of Life – ook een aanrader trouwens – en Radiance & Submission. Ik heb voor dit laatste album gekozen omdat het zo’n kalme weidsheid heeft waarbij je heerlijk kunt wegdromen. De grotendeels instrumentale nummers (alleen op La Soufrière voegt Silver zijn eigen stem als harmonieus onderdeel aan het klanklandschap toe) drijven voorbij als langzaam naar paarsblauw verkleurende wolken aan een avondhemel, zachtjes voortgeduwd door de vederlichte productie met een hoge geluidskwaliteit.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Dasha Rush – Sleepstep

Sasha Rush, echte naam Dasha Ptitsyna Van Celst, is een in Rusland geboren DJ, technoproducer en eigenaresse van het Fullpanda platenlabel. Naar eigen zeggen beschouwt ze muzikale genres als uitgangspunt en niet als doel, wat ze op haar superspannende debuutalbum Sleepstep overtuigend bewijst. De subtitel “Sonar Poems for my Sleepless Friends” zegt wat over de sfeer die ze oproept. Die is nachtelijk, duister en vervreemdend, maar nergens echt beklemmend. Als ik haar redelijk unieke stijl ergens mee zou moeten vergelijken was het wat minder woeste werk van Richard D. James, beter bekend als Aphex Twin, misschien wel de beste match. Haar muziek is psychedelisch, caleidoscopisch en intrigerend. Er zijn relatief weinig vrouwen als solo-artiest actief in de elektronische muziek, maar Dasha Rush behoort binnen dat genre wat mij betreft tot het linkerrijtje van de ere-divisie.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Dungen – Allas Sak

De Zweedse band Dungen maakt, onder de bezielende leiding van oprichter en multi-instrumentalist Gustav Ejstes een verrukkelijke mix van psychedelische jaren-60 pop, 70’s prog, rock, jazz en Scandinavische folk. De Zweedse vocalen geven er een ongelooflijke extra charme aan. Op Allas Sak (vrij vertaald: ieders ding) zet de band de ingeslagen weg van Skit I Allt (schijt aan alles) uit 2010 voort. Waar voorheen de psych-rock meer de boventoon voerde (op geniale albums als 4 en Ta Det Lugnt (take it easy) is de stijl verschoven naar breed uitgemeten psychedelische folkrock zoals die in de laatste jaren van de 60’s en de eerste helft van de ’70’s vooral in Scandinavië en Groot Brittannië opgang vond. Allas Sak, hun zevende album, is met afstand hun meest gepolijste. Niet dat het gladjes klinkt overigens, verre van, maar de facetten van de diamant die ze met dit album geslepen hebben glinsteren allemaal even prachtig. Lange, spaced-out jams met eindeloze fluit- en gitaarsolo’s maken dit een modern meesterwerkje van onvervalste tripmuziek.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Eivind Aarset – I.E.

Eivind Aarset kennen we uit de Noorse nu-jazz scene, waar hij onder andere werkte met mensen als Jan Bang, Nils Petter Molvær, Jon Hassell, and Arve Henriksen. Aarset speelt gitaar en bewerkt het geluid met een hele stapel elektronica. Zo bouwt hij klanklandschappen die soms dichtbebouwd zijn en intens rocken, en dan weer zo spaarzaam zijn ingevuld dat het lijkt alsof je in een soort vacuüm terecht bent gekomen. Het levert een verre van doorsnee jazz-trip op die zeker ook de liefhebber van progressieve rock zal aanspreken. Er is veel afwisseling. Zo start het ruim 9,5 minuten lange Hidden/Feral als een soundtrack-achtige, zich zeer traag ontwikkelende moordballade, die ongeveer halverwege de track ontaardt in een woest grootstedelijke achtervolgingsscene, waarna de volgende track One And The Same dan weer een verrukkelijk stukje late-night slowjazz is met op de achtergrond allerlei ratelende geluidjes die de op een helder klinkende basgitaar gespeelde melodie ondersteunen. Halverwege ontlaadt het geheel zich in een Zappa-esque wervelstorm, waarna het lethargische beginthema uiteindelijk terugkeert en voor een uitermate ‘chille’ afsluiting zorgt. Er is veel te beleven op dit album, reken er op dat je er na één luisterbeurt nog niet voor de helft achter bent wat je allemaal hebt gehoord


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Floating Points – Elaenia

Samuel Shepherd, de man achter Floating Points, heeft met zijn tweede album een fantastisch stuk muzikaal smulvoer afgeleverd. Want hoewel de eerste track nog in zekere mate herinnert aan de mijns inziens nogal foute 4-to-the-floor loungemuziek van zijn debuut Shadows, neemt hij de luisteraar op Elaenia mee op een verrukkelijke, swingende jazzy luistertrip met een luchtig sausje van ambient, waarin de ene lekkere toetsensolo na de andere je om de oren vliegt, en mierzoet schmierende strijkers de warme invulling geven waar ik wel pap van lust. Noem me een nostalgist, maar ook hier geniet ik van het overduidelijke 70’s sfeertje dat meesterlijk in de muziek zit gebakken. In mijn recensie van dit album die eerder dit jaar verscheen stipte ik ook al aan dat dit album een werkelijk fantastische geluidskwaliteit heeft, die er voor zou kunnen zorgen dat dit zo’n plaat wordt die op bijeenkomsten van audiofielen met de nodige eerbied en opgewondenheid in zijn geheel gedraaid wordt.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Goldmund – Sometimes

Multi-instrumentalist en componist Keith Kenniff is maar liefst twee keer in deze lijst vertegenwoordigd. Want naast dit bloedmooie album dat hij onder de naam Goldmund uitbracht vinden we hem even verderop ook terug als Helios. Op Sometimes maakt hij dromerige pianomuziek die op de achtergrond begeleid wordt door een zeer ruimtelijke soundtrack van gevonden geluiden die me op de één of andere manier, als een soort vergeelde foto’s, herinneren aan mijn jeugd. Kinderen bij een zwembad tijdens een zonovergoten vakantie, een televisie die beneden geluid maakt terwijl je boven de slaap nog niet kunt vatten. Soms worden er ook andere (elektronische) instrumenten gebruikt om invulling te geven aan de enorme melancholie die uitgaat van de trage maar wonderschone composities op dit album. Het zijn maar korte tracks, sommige doen zelfs meer aan schetsen denken dan aan voltooide composities, maar juist de toevoeging van die wat aarzelende stukjes maakt dit een zeer menselijk en persoonlijk album. Luistertrip: als laatste vóór het slapengaan…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Greg Foat Group – The Dancers At The End Of Time

Dat dit bizarre jazz-album van The Greg Foat Group in een kerk is opgenomen wordt al bij de eerste tonen duidelijk, als frontman en toetsenist Greg Foat zijn muzikale schatkist opent met het in die kerk aanwezige orgel. Wat daarna volgt is een veelkleurig maar zéér a-typisch jazz-album waarop door de 15-koppige ‘Group’ regelmatig enthousiast in de progressieve rocktraditie van de jaren ’70 wordt gedoken, maar vooral in de weelderige semi-bigband-met-strijkers-en fluiten-sound die in de jaren ’70 eveneens erg populair was. En daarnaast is er natuurlijk aardig wat jazz te horen op The Dancers At The Edge Of Time. Van de heerlijk relaxte en zomerse ballade Door Into Summer tot de woeste arpeggio’s in The Hunt. Wat dit album echt subliem maakt zijn de uiterst doordachte arrangementen die regelmatig veel verder gaan dan strikte jazz. De experimenteerdrift van Foat komt het sterkst tot uiting in de lange track Rocken End, die opent met een kabbelende branding en opnieuw het kerkorgel, maar die met een knerpende bassynthesizer een vervreemdende twist krijgt alvorens te eindigen met nog eens twaalf minuten (!) die ruisende zee. Daar had The Dancers At The Edge Of Time wat mij betreft mogen eindigen, maar de uitgever heeft besloten er een weinig verschillende ‘alternate take’ van het nummer The Eye Of Horus achteraan te plakken. En dat is dan ook meteen het enige minpuntje van dit voor de rest vrij geniale album.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Heinrich Biber – Baroque Splendor

De recensie die ik eerder dit jaar over dit album schreef was mijn debuut als ‘klassiek’ recensent. Ik vind het nog altijd lastig om met enige autoriteit wat over klassieke muziek te zeggen, maar dat is – zo heb ik inmiddels begrepen na de positieve reacties op die eerdere recensie – vooral iets tussen mijn oren. Al bij de eerste beluistering eerder dit jaar was duidelijk dat dit schitterende barok-album ook in deze eindejaarslijst moest terugkomen. Dat komt niet in de laatste plaats door Jordi Savall, de die op een zeer integere wijze muzikale archeologie bedrijft en de meest fantastische oude muziek aan de vergetelheid ontrukt, samen met de voortreffelijk musicerende ensembles waarmee hij in de loop der jaren heeft samengewerkt. In dit geval zijn dat La Capella Real de Catalunia en Le Concert Des Nations. En laat ik ook nog een keer wijzen op de adembenemende geluidskwaliteit van dit werk, die mede te danken is aan de natuurlijk galm van de kathedraal van Cardona in Catalonië waar de opname plaatsvond. Oud maar toch tijdloos, het is slechts weinigen gegeven om dát voor elkaar te krijgen…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Helios – Yume

En daar is Keith Kenniff weer, nu met Helios. Al bij de eerste tonen is duidelijk dat hij dit project gebruikt voor een ander soort muziek. Grotendeels elektronisch, maar met veel meer songstructuren en meer to-the-point gecomponeerd. Wat blijft is de melancholieke ondertoon die ik in al zijn werk waarneem, maar op Yume verstopt hij die op effectieve wijze achter een soort cinematische grandeur. Er is meer onderliggende ritmische structuur (lees: je hoort meer drums) maar toch kabbelt het geheel heerlijk voort, zonder dynamische uitschieters die de luisteraar ruw wakker schudden uit de zoete dromen die ook dit album zal oproepen. Ik denk dat niet iedereen het met me eens zal zijn, maar wat ik dus ijzersterk vind aan Keith Kenniff is dat hij zeer toegankelijke en in vervoering brengende melodieën kan componeren, die desondanks als helder water tussen je vingers door glippen. En juist dáárom is het elke keer dat je deze muziek hoort weer feest. Critici vinden het werk van Helios weinig memorabel, ik vind het juist verrukkelijk ongrijpbaar en daarom bij elke luisterbeurt weer een ontdekkingsreis. Aanbevolen… Dus…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Jacco Gardner – Hypnophobia

Ik weet nog precies wat ik voelde toen ik het debuut Cabinet Of Curiosities van dit minstens dertig jaar te laat geboren Nederlandse hippiekind voor het eerst beluisterde. Verwondering, blijdschap, langzaam opkomende verbijstering… Het was wat mij betreft misschien wel de beste 60’s psychpop-retroplaat aller tijden. Een perfect uitgevoerde staalkaart van allerlei stijlen die niet alleen zeer trouw was aan de toen heersende muzikale mores, maar ook de sound van die tijd meesterlijk emuleerde, zij het dan met de opnamekwaliteit van nu. Het grappige is dat ik mijn bevindingen van toen één op één kan overbrengen op het ‘moeilijke tweede album’, waar Gardner zich slechts twee jaar de tijd voor gunde. Hypnophobia is minder caleidoscopisch dan het debuut, maar is met hetzelfde felle kleurenpalet ingevuld. De verdieping die hij hier weet aan te brengen duwt het album een beetje meer richting folk, maar ook dit album klinkt gewoon weer als een verloren gewaande 60’s psych-parel. Mijn absolute favoriet is het titelnummer Hypnophobia, dat als een soort samenvatting ‘al het goede’ van dit album in één track van vijf en een halve minuut samenbrengt. Lavalamp en vloeistofprojector aan en volledig opgewarmd, geestverruimende rookwaar binnen handbereik en spacen met Jacco. Meesterlijk!


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Klone – Here Comes The Sun

Een eindejaarslijst zonder een paar stevige albums is ondenkbaar. Dit keer viel mijn keuze onder andere op de Franse progmetal band Klone, die in 2015 met Here Comes The Sun een omverblazend visitekaartje afgaf. Twee zaken vallen op aan het bandgeluid. De prachtige, heldere en volkomen accentloze vocalen van Yann Ligner en het spaarzame genre-vreemde maar prachtig geïntegreerde saxofoonspel van (tevens toetsenist) Matthieu Metzger. De muziek van Klone is episch en weids en schuwt het Grote Gebaar niet, maar de uitvoering is zo oprecht dat je je vrijwel meteen overgeeft aan de voortreffelijke composities. Wie ouder werk van Klone beluistert, met name hun debuut Duplicate en de opvolger daarvan, High Blood Pressure, zal heel snel ontdekken dat deze Franse rockers een gelijksoortig pad bewandelen als hun Britse collega’s van Anathema en hun Scandinavische kompanen Opeth en Ulver. Snoeiharde doommetal met ‘grunts and things and shit’ maken per volgend album steeds meer plaats voor melodie en contemplatie. Dat dat geen slechte zaak is bewijzen voornoemde bands met elke nieuwe release, en nu mag Klone dus aan dat illustere rijtje worden toegevoegd. Zéér fijn album!


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Konntinent – The Empire Line

Konntinent is het geesteskind van de in Londen wonende muzikant Antony Harrison. The Empire Line is zijn vierde album, waarop prachtige fragiele glitchy ambient en modern klassiek elkaar ontmoeten en ook breed uitgesponnen post-rock en drone voortdurend de kop opsteken. De muziek mag dan een vrij surrealistisch en dromerig vertrekpunt hebben, maar het is niet allemaal even lieflijk. Zo eindigt de track The Luxury Of Without in een gecontroleerde chaos van vervorming terwijl op de achtergrond de piano onverstoord doorpreludeert, en ook in de titeltrack is niet brandschoon. Toch ademt alles een bepaalde zorgvuldige terughoudendheid, een ingehouden spanning die af en toe mag doorbreken, maar die toch vooral wordt gebruikt om de luisteraar bij de les te houden. Mijn favoriete track is waarschijnlijk Fibula, Tibea. Glitchy, mysterieus, dynamisch, met een prachtig opgenomen vleugel en diep, zoemend laag dat afwisselend aan een aardingsprobleem en een hele grote machine doet denken. Spannend, verrassend en verdraaid lekker geproduceerd, met veel laagjes achter laagjes. Aanbevolen!


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Laurel Halo – In Situ

Bij Dasha Rush vermeldde ik dat het lastig was om vrouwen te vinden die zich als solo-artiest staande weten te houden in de wereld van de elektronische muziek, maar Laurel Halo (echte naam Ina Cube) behoort zeker ook tot dat toch wat selecte gezelschap. In Situ, het album waarmee ze het voortreffelijke Quarantaine uit 2012 en Chance Of Rain uit 2013 moet zien te overtreffen, slaagt daar met de hakken over de sloot in, maar dat zegt meer over de torenhoge kwaliteit van de voorgangers dan over een gebrek aan kwaliteit bij dit album. De abstracte, licht vervreemdende elektronische schetsen waaruit ze haar werk doorgaans opbouwt zijn ook op In Situ de manier om je als luisteraar een aantal keer voor korte tijd bij de hand te nemen en je even een kijkje te gunnen in één van de vele mysterieus borrelende potjes die ze op haar kook-klavier heeft staan. Bij sommige tracks heb je het idee dat ze de spanningsboog net niet helemaal afmaakt of stopt voor het nummer zijn volledige verhaal heeft verteld, maar ik vind dat na een peer luisterbeurten eigenlijk helemaal niet storend meer. Liever na elke track honger hebben naar nóg dan dat je gedurende het album meerdere keren op de Next-knop drukt, nietwaar?


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Mark van Hoen – Nightvision

De in Engeland geboren en getogen, maar nogal Nederlands genaamde muzikant Mark van Hoen kennen liefhebbers van elektronische muziek uit de jaren ’90 waarschijnlijk ook onder zijn vandaag de dag nog steeds gebruikte pseudoniem Locust. Op Nightvision trakteert hij ons op sfeervolle elektronische ‘geen-dansmuziek’ met invloeden van etherische krautrock à la Neu. De onderkoelde beats die hij gebruikt zitten doorgaans vrij diep in de mix, om de psychedelische warme klanken van zijn indrukwekkende arsenaal aan synthesizers niet in de weg te staan. Kenners van zijn werk zullen veel stijlcitaten uit oudere albums herkennen. Zo doen de intro’s van Bring It Back en A Wish sterk denken aan zijn meesterwerk Playing With Time. Zeer bijzonder is het ruim acht minuten durende en in twee tracks opgesplitste Froese Requiem. Het is zijn eerbetoon aan de begin 2015 overleden Tangerine Dream oprichter Edgar Froese, waaraan elke moderne elektronische muzikant in feite schatplichtig is. Het siert Van Hoen dat hij er geen schaamteloze kopie van de Berliner Schule stijl van Tangerine Dream van maakt, maar dicht bij zichzelf blijft en op meesterlijke wijze laat horen hoeveel Froese voor hem heeft betekend. Bijzonder fraai gedaan…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Martin Gore – MG

Martin Gore kennen we natuurlijk allemaal (natuurlijk…) als toetsenist van Depeche Mode. Hij is een verwoed verzamelaar van unieke oude synthesizers, en hoewel hij bij Depeche Mode in feite de volle vrijheid krijgt om zijn collectie ten volle te benutten staat die altijd in dienst van de zang. Op dit solo-album spelen zijn fantastische en soms unieke instrumenten 54 minuten de absolute hoofdrol. Gore heeft een prettige stijl van componeren. Zelfs in de ‘vettere’ nummer als Swanning en Brink springt hij je niet naar de keel. Dit album is een waar feest voor liefhebbers van oude analoge knoppenbakken. Ik heb me maar niet gewaagd aan een ‘raad de synth’-spelletje, Gore is zo bedreven in het programmeren van zijn instrumenten dat ik onmogelijk een Mini Moog van een Roland Jupiter8 kan onderscheiden. Een hele aardige bonus is dat de opnamekwaliteit van dit album werkelijk spectaculair is. Je kunt (ik durf niet meer te zeggen ‘moet’) dit op orkaankracht draaien, als je denkt dat je relatie met huisgenoten en buren daar tegen bestand is. En dan hoor je wel degelijk een paar goed geplaatste echo’s van Depeche Mode doorklinken in dit fabelachtige album van deze vaak over het hoofd geziene synthesizergigant.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Max Richter – From Sleep

Max Richter (1966 – ) is een moderne klassieke componist die zich specialiseert in het Post-Minimalisme. Hij vult zijn composities graag aan met allerlei elektronica. In 2015 bracht hij de ruim 8 uur durende compositie Sleep uit, waarvan dit een goedgekozen dwarsdoorsnede van een uur is. “Spanning”, zo legt Richer zijn concept uit, “hebben we al genoeg. We leven in een wereld die steeds sneller lijkt te gaan draaien, waarin we steeds meer indrukken te verwerken krijgen en waarin we gedwongen worden om steeds meer te doen in een steeds beperktere tijd.” Met Sleep wilde hij een plaats maken waar je naartoe kunt gaan om te rusten. De composities hebben inderdaad een kalm en troostrijk karakter, zonder dynamische uitschieters. De sfeer is uitstekend getroffen: nachtelijk, omfloerst, met donkere tonen. From Sleep is, net als de lange oorspronkelijke compositie Sleep, een verplichte aanschaf wat mij betreft. Niet in de laatste plaats vanwege het bijzondere concept, maar toch vooral omdat het zulke prachtige muziek is. Het is heerlijk om de tijd af en toe even stil te zetten en je onder te dompelen in niets dan muziek.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Ozric Tentacles – Technicians Of The Sacred

Ozric Tentacles is één van die bandjes waarvan ik alle albums moet hebben, en daarnaast heb ik dit (inmiddels tot vier leden uitgedunde) spacerockende hippiegezelschap het vaakst live gezien. Ik heb, in een glorieus verleden, zelfs een keer één van hun legendarische afterparties meegemaakt in de kleedkamers van de oude Effenaar, waarna ik minstens en week stoonder dan Armand (God hebbe zijn ziel…) een decimeter boven de grond zweefde. Ik behoor (letterlijk zelfs) tot de fanclub. Toch hebben de Ozrics – met oprichter Ed Wynne als enige constante in hun gelederen – mijn geduld de laatste jaren danig op de proef gesteld. Na het vertrek van smaakmakende oud-leden als Seaweed, Zia, Rad en Generator John was de sjeu er een beetje af en leek het alsof er nog slechts plichtmatig af en toe iets nieuws werd afgeleverd. Aan een vrij lange reeks van redelijk ongeïnspireerde albums kwam dit jaar echter geheel onverwacht een einde met Technicians Of The Sacred, een tot de rand met ouderwets geweldige spacerock gevuld dubbelalbum. Ozric Tentacles Are Back, And Then Some! Meer woorden hoef ik daar niet aan vuil te maken, luister zelf maar…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Papadosio – Extras In A Movie

Als je het over genre-vervaging hebt, dan komt de naam Papadosio dit jaar bijna vanzelf bovendrijven. In de metadata die ik op mijn harde schijf aan hun album heb toegevoegd heb ik na lang wikken en wegen dan maar gekozen voor de genre-aanduiding Neo Prog, maar ik weet dat ik daar altijd ontevreden over zal blijven. Deze Amerikaanse vijfmansformatie maakt een unieke blend van  progrock, pop, latin, jazz, elektronica en west-coast en verandert gedurende dit dik 72 minuten lange album vaker van kleur dan een kameleon die op een Holi-festival terecht is gekomen. Het wonderlijke is echter dat een en ander op zeer organische en virtuoze wijze geschiedt. Daardoor kun je het geheel, avontuurlijke luisteraar die je nu eenmaal bent, moeiteloos blijven overzien en bijhouden. Papadosio (wie heeft trouwens die bespottelijke naam bedacht?) legt eenzelfde verfijnde en toegankelijke complexiteit aan de dag als The Alan Parsons Project, en Extras In A Movie is daardoor een buitengewoon aangenaam album dat je van de ene prettige verbazing in de andere laat vallen.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Ricardo Donoso – Machine To Machine

Moderne elektronische muziek die niet tot de Dance behoort is er genoeg, maar als je naar innovatie op zoek gaat blijkt al snel dat het een behoorlijk in zichzelf gekeerd genre is. Gelukkig heb ik een redelijk fijn afgestemde radar voor nieuwe elektronica, en naast de dames Rush en Halo in deze lijst is Ricardo Donoso zeker een kandidaat voor de categorie ‘beste nieuwe elektronische muziek van 2015’. Het album Machine To Machine is donker, claustrofobisch, brokkelig, opwindend, gaaf, kikken en wat dies meer zij. De titel van het album geeft al aan dat we hier met industrieel aandoende composities te maken hebben, en luisteren naar Machine To machine is als ronddwalen in een nachtelijk fabriekslandschap waar kloppende, sissende en krakende geluiden de spannende soundtrack vormen. Pas tegen het eind lijkt met Dance Of Attunement een beetje licht in het duister te komen, maar de afsluitende track MSISDN maakt op ongenadige wijze weer een eind aan die illusie. Geen vrolijke kost, maar een luisteraar met een ruime blik en een open oor zal de sfeer en de spanningsopbouw van Machine To Machine zeker kunnen waarderen.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Sufjan Stevens – Carrie & Lowell

De geniale Amerikaanse singer-songwriter Sufjan Stevens staat vooral bekend om zijn bombastische, breed uitwaaierende en rijk gearrangeerde artistieke popmuziek op albums als Illinois en The Age Of Adz. Op Carrie & Lowell houdt hij het echter heel klein en intiem. Dat is ook wel passend, want het is een eerbetoon aan zijn in 2012 overleden moeder Carrie en zijn stiefvader Lowell, met wie hij een moeizame maar uiteindelijk toch liefdevolle relatie onderhield. Dit is geen simpel vaarwel, maar een ultieme onderneming om alles te zeggen wat hij al jaren met zich meedroeg, de liefde, maar ook de woede en de onzekerheid. Door de kleinheid van de arrangementen en de demo-achtige huisgemaakte sound komt de boodschap extra goed over en dat maakt Carrie & Lowell inhoudelijk misschien wel de mooiste plaat van 2015. Vooral de boodschap van onvoorwaardelijke liefde en berusting die er uit spreekt is zeer waardevol.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

The White Birch – The Weight Of Spring

The White Birch heeft zich vernoemd naar een album van Codeine, de aartsvaders van het genre ‘Slowcore’ dat The White Birch zeer nadrukkelijk als het hunne koos. Een EP en drie (heerlijk atmosferische) volledige albums bezorgden hen de bijnaam ‘de Noorse Sigur Rós’. In 2006 hield deze band het echter voor gezien. Het nieuwe album The Weight of Spring, dat in februari van dit jaar uitkwam op het Duitse label Glitterhouse Records, is feitelijk een project van de oude bandleider Ola Fløttum, die zich als enig overgebleven lid omringde met een nieuwe groep uitstekende muzikanten.The Weight of Spring een zeer intense plaat. Slowcore kun je het al lang niet meer noemen, hoewel het allemaal nog steeds lekker traag is. En melancholiek natuurlijk, de albumtitel laat wat dat betreft weinig aan de verbeelding over. Maar de vaalbleke geluidsmuren die slowcore voor mij zo’n gevaarlijke winterkost maken zijn nu voorzien van een paar flinke vensters die uitzicht bieden op een hoopvol stemmend, in heldere kleuren uitbarstend voorjaarslandschap.


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

 

Yppah – Tiny Pause

In 2012 zat Yppah’s derde album Eighty One in mijn eindejaarslijst, en toen schreef ik dat het een leuke mix was van 80’s melancholie en moderne ritmes. Wat dat betreft levert dit nieuwe project van Joe Corrales en Ira Dean geen nieuwe inzichten en grote verrassingen op. De formule die toen werkte doet het nu echter ook nog uitstekend en Tiny Pause is opnieuw een leuk instrumentaal elektropop-album geworden waarop ‘wavey’ invloeden uit de jaren 80 van de vorige eeuw een zeer belangrijke rol spelen. Ik denk wel dat gezegd moet worden dat het allemaal een wat hogere graad van verfijning heeft gekregen. De productie van het album is ook beter, zodat de volle mix beter te ontrafelen is. Wat overigens ook opvalt is dat pakweg de tweede helft van het album, beginnend met de track Separate Ways Forever, een stuk experimenteler is dan de eerste helft. Dat sluipt er echter mooi geleidelijk in, dus voor je er erg in hebt zit je gewoon driedubbel en dwars te spacen op deze bijzondere plaat. Net als de vorige keer kan ik niet anders dan concluderen dat ik hier behoorlijk ‘Yppah’ van wordt…


Luister ook in de browser-versie van TIDAL →

2 Reacties

  1. 24-12-2015

    Ik heb er naar uitgekeken en ben er weer eens lekker voor gaan zitten. Wederom een mooie lijst met ear-openers!

    Prettige Kerstdagen en alle goeds voor 2016!

    • 24-12-2015

      Hi Vincent,

      Bedankt voor je leuke reactie. Hebben we naast al het eten en drinken ook nog iets anders leuks te doen 😉

      Merry Christmas, Kees Jan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.