Geplaatst door op 2 aug 2019 | 0 reacties

AudioQuest William Tell Zero

Een ingelaste minireview

auteur: Max Delissen

De AudioQuest William Tell is één van de vijf nieuwe modellen luidsprekerkabels waarmee de Californische fabrikant afgelopen voorjaar definitief de bovenkant van hun assortiment luidsprekerkabels vernieuwde. De aankondiging van de Folk Heroes en de Mythical Creatures series en de eerste demo’s met vroege productiesamples dateerden alweer van wat langer geleden, maar tegenwoordig moet je als fabrikant nu eenmaal éérst een zorgvuldig gepland marketing-offensief lanceren vóór de producten daadwerkelijk in de winkel liggen. Sinds een paar maanden is dat laatste dus – eindelijk – het geval.

AudioQuest William Tell Zero


Tijdens de High End 2019 in München woonde ik een demonstratie van AudioQuest bij waarin Garth Powell – bekend van zijn werk aan de AudioQuest Niagara stroomproducten en de nieuwe Wind en Storm Series powercords – het verschil tussen vier bi-wiring versies van een aantal luidsprekerkabels liet horen. In mijn verslag van de High End vertel ik daar wat uitgebreider over, maar voor deze minireview is het voldoende om te zeggen dat de William Tell de vier keer duurdere Wild Wood snot voor ogen speelde.

Daar en toen smeedde ik het plan om bij thuiskomst mijn AudioQuest Castle Rock luidsprekerkabels na zes jaar trouwe dienst met pensioen te sturen en het Zero model van de William Tell aan te schaffen. En ik ben er inmiddels zó enthousiast over dat ik me niet kon inhouden. Ik móést er alvast iets over schrijven. In de grote review die voor na de zomervakantie van 2019 gepland staat zal ik veel verder ingaan op de vrij complexe maar toch logische opbouw van de nieuwe series, voor nu volstaat te zeggen dat de William Tell boven de Robin Hood – min of meer de opvolger van de Castle Rock – het duurdere model in de Folk Heroes serie is.

AudioQuest Castle Rock

Aansluiten en luisteren

De William Tell Zero is gehuld in een zwarte braid met een rood accentje, en de wijnrode break-out boxes passen qua kleur perfect bij + van de Series 1000 banaanstekkers die AudioQuest aan deze kabel monteert. De pluggen aan de William Tell Zero zouden exact hetzelfde moeten zijn als die aan mijn Castle Rock, maar ze lijken minimaal dunner te zijn want ze schuiven net iets gemakkelijker in (maar dus ook weer uit) de aansluitingen op mijn PrimaLuna versterker en mijn luidsprekerfilters. De kabels zijn voorzien van de bekende AudioQuest DBS module met RFI onderdrukking op Carbon niveau, maar méér tech-talk zal ik hier niet gebruiken. De kabels worden na individuele assemblage – ze worden op afroep voor je gebouwd – 48 uur aan een door AudioQuest ontwikkelde Cable Cooker gehangen, zodat ze in principe volledig ingespeeld uit de doos komen. Ik zeg ‘in principe’ dus hier moet ik straks nog even op terugkomen.

AudioQuest DBS Carbon


Omdat er een korte periode zat tussen de verkoop van mijn Castle Rock en de aankomst van de William Tell Zero heb ik ruim een week naar een niet nader te benoemen luidsprekerkabel geluisterd die ik – letterlijk – uit de Oude Doos moest trekken. Het duurde een dagje voor deze kabel een beetje van de schrik en de eenzaamheid was bekomen, maar toen klonk hij eigenlijk nóg flut. Gelukkig heb ik door mijn vele recensiewerk een redelijk goed geheugen voor klanksignatuur ontwikkeld, dus toen de William Tell Zero eenmaal aangesloten was hoorde ik meteen waarin hij verschilt van mijn Castle Rock. Dat laat zich, héél kort door de bocht, in drie kenmerken uitdrukken: rust, ruimtelijkheid en klankkleur.

De muziek lijkt trager te klinken, minder gehaast. Dat is wat ik met rust bedoel. Een heel klein beetje (want de Castle Rock was heus een erg goede kabel) vanzelfsprekender en met meer ruimte voor details en (micro)dynamiek. Qua ruimtelijkheid scoort de William Tell Zero ook echt hoger. De muziek staat wat verder naar voren en aanzienlijk verder buiten de luidsprekers als de opname dat in zich heeft. De gelijknamige openingstrack van het album Mirages van Jean-Benoît Dunckel (die gast van Air inderdaad…) en Jonathan Fitoussi klonk opeens alsof ik een reusachtige hoofdtelefoon op had, zo ver naast mij stonden sommige synthesizer-sequences. Ook de geniale ‘gevonden voorwerpen’-percussie van Rob Kloet in het Nits-nummer Springtime Coming Soon (van het album Omsk) stond nu zó diep naar achteren in het geluidsbeeld dat sommige geluidjes in de huiskamer van de buurman van mijn buurman leken te staan. Bij wijze van spreken…

Jean-Benoît Dunckel


Het is echter de klankkleur die me het meest opviel en waaraan ik het meest moest wennen. Klankkleur als in ‘toon’. Hierin zit de tastbaarheid van alle akoestische geluiden. Hoe meer natuurlijke klankkleur, hoe dichter jij bij het originele geluid komt. Los van de onvermijdelijke kleuring van je hifi set natuurlijk, met name afkomstig van de luidsprekers en de akoestiek, maar daar raak je in de loop der jaren aan gewend en je brein strijkt méér glad dan je denkt. Als je wéét hoe een akoestische gitaar of een trompet in het echt klinkt past de equalizer in je hoofd zich tot op zekere hoogte aan afwijkingen in de weergave aan. En hier, beste luistervrienden, zijn we aangekomen bij een cruciale factor in het omstreden proces van ‘inspelen’. Ik durf inmiddels te beweren dat minimaal 50% van wat in ons métier ‘inspelen’ wordt genoemd tussen de oren plaatsvindt. En als die equalizer eenmaal ingesteld is duurt het geruime tijd voor er een nieuwe instelling is gemaakt wanneer je naar een apparaat of kabel luistert met een iets andere tonale balans. Dit is misschien wel dé reden waarom hifi-liefhebbers (laat ik ze nu eens geen audiofielen noemen) vaak té snel een negatief oordeel vellen over een nieuwe luidspreker, versterker of kabel. Neem gerust een week de tijd voor die nieuwe instelling van je persoonlijke EQ, of liever nog twee weken.


Ik tuinde er – ondanks mijn ervaring – in eerste instantie dus óók een beetje in. De William Tell Zero klonk qua ruimtelijkheid, dynamiek, rust, plaatsing en timing echt duidelijk beter dan mijn Castle Rock, maar ik had het onbestemde gevoel dat hij wat kleurde in het middengebied. Pas na een paar dagen luisteren merkte ik dat dat minder leek te worden. Ik vroeg me daarom af of dat ‘Cable Cooken’ de kabel inderdaad 100% én definitief ‘gaar kookt’, maar toen herinnerde ik me mijn eigen stokpaardje over inspelen. Nu, na ruim drie weken luisteren, is die ‘kleuring’ veranderd in prachtige, volledig natuurlijke ‘klankkleur’. Ik hoor meer ‘borst’ bij stemmen, ik hoor meer ‘kast’ bij gitaren, contrabassen en vleugelpiano’s, en ik verbaas me er nog dagelijks over hoe veel dieper de William Tell Zero me onderdompelt in mijn favoriete muziek dan de Castle Rock dat toch ook al deed. Een geslaagde upgrade derhalve, die vette smile is voorlopig niet van mijn gezicht te poetsen.

Muziek en Informatie

Meer informatie en prijzen over de beschreven AudioQuest William Tell Zero luidsprekerkabels, vind je in onze webwinkel:

Spotify

Tidal

Qobuz

Dit document is eigendom van art’s excellence – © copyright 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.