Geplaatst door op 9 mei 2020 | 0 reacties

OrenTroost in Onzekere Tijden, deel 5

In deel vijf van de serie Orentroost aandacht voor nieuw werk van Rustin Man en Monophonics, met Linda Perhacs als (in alle opzichten echte) klassieker.

We tikken deze zaterdag de 72 dagen aan sinds het eerste geval van Coronabesmetting in Nederland werd gemeld, en 47 dagen sinds de Intelligente Lockdown van start ging. Ondanks gunstige cijfers over het afnemende aantal besmettingen en slachtoffers, en ondanks de voorzichtige versoepeling van een aantal maatregelen, is er nog veel onzekerheid en bezorgdheid. Reden genoeg om deze serie voort te zetten, maar de komende twee weken komen er even geen nieuwe afleveringen omdat ik er hoognodig zélf even een tijdje tussenuit moet. Dat mag de pret voor deze editie echter niet drukken, want ik heb weer drie bijzondere albums klaarstaan. Zonder onderling verband deze keer, zelfs als ik er heel diep over nadenk kom ik niet verder dan ‘het is allemaal muziek die de gemiddelde luisteraar misschien over het hoofd ziet en dat is zonde’. Dus niet gedraald, veel lees- en luisterplezier en tot over drie weken!

Rustin Man – Clockdust

rustin man art's excellenceRustin Man is het alter ego van Paul Webb, de voormalige bassist van Talk Talk. Clockdust volgt iets meer dan een jaar na zijn zeer goed ontvangen album Drift Code op dat begin 2019 uitkwam, twee weken voor het plotselinge overlijden van zijn oude bandmakker en allround muzikaal genie Mark Hollis. Drift Code was er vorig jaar vrij plotseling, na een stilte van pakweg 17 jaar sinds hij met Beth Gibbons van Portishead het prachtig melancholieke album Out Of Season maakte. In 1988 had hij Talk Talk overigens al verlaten, vóór die band haar meesterlijke zwanenzang Laughing Stock uitbracht, en in 1990 richtte hij samen met Talk Talk drummer Lee Harris de band .O.rang op waarmee hij een mix van etnische ambient en krautrock maakte. Aan Drift Code was volgens de begeleidende informatie jarenlang minutieus gewerkt in de thuisstudio van Webb, waarbij veel muzikale gasten acte de presence gaven. Voor dat album was echter zoveel materiaal beschikbaar dat er genoeg over was om er een tweede album mee te vullen. En denk nu niet dat Clockdust eigenlijk een soort Kliekjesdust is, er is geen seconde sprake van dat dit album is samengesteld uit opgewarmde leftovers. Wat wél eenvoudig kan worden geconstateerd is dat Clockdust als geheel wat toegankelijker is dan Drift Code. De muziek is nog steeds vrij experimenteel en moeilijk in een genre onder te brengen. Er zit folk in, pop, vleugjes progrock en dub, maar sommige stukken zijn ook behoorlijk avantgardistisch, zoals het vervreemdende einde van de lange dubtrack Night In The Evening, waarop een snorrebot als instrument te horen is. Het geheel wordt bijeen gehouden door de dromerige stem van Webb, die een beetje het midden houdt tussen David Bowie, Peter Hammill en – toch echt ja – Mark Hollis. Beide albums van Webb klinken weliswaar niet helemaal hetzelfde, maar ademen beide sterk de sfeer van de laatste twee geniale meesterwerken van Talk Talk. Waarmee wat mij betreft bewezen is dat het niet alleen Mark Hollis was die verantwoordelijk was voor de muzikale koers van die band. Maar dat doet niets af aan de unieke sound die Webb als Rustin Man op zowel Drift Code als het hier besproken Clockdust laat horen. Prachtige muziek en dito opname.

Luister in lossless geluidskwaliteit naar Rustin Man met Qobuz of Tidal (abonnement vereist) of in lossy geluidskwaliteit met Spotify.

Monophonics – It’s Only Us

monophonics art's excellenceDe eerste keer dat ik It’s Only Us van Monophonics hoorde dacht ik dat ik luisterde naar een verloren gewaande parel van een verder onbekend gebleven psychedelische soulband uit de vroege jaren ’70 van de vorige eeuw. Er bestaat wat mij betreft een aanzienlijk verschil tussen bands die zich bij gebrek aan inspiratie en innovatie graag wenden tot het verleden en dan als ‘retro’-muziek aan de man worden gebracht, en bands en artiesten die zich uit liefde voor een bepaald genre zodanig verdiepen in alle facetten van die muziek dat ze het zich echt eigen weten te maken en dus van binnenuit nieuwe muziek in een oude stijl kunnen maken. Monophonics hoort nadrukkelijk tot die laatste categorie. De band uit San Francisco bestaat sinds 2005 en bekwaamt zich sindsdien in broeierige soul, jazz en R&B uit de hoogtijdagen van die genres in de late 60’s en vroege 70’s. It’s Only Us, hun vijfde volledige studio-album, zou één op één kunnen worden gebruikt als soundtrack voor een vette Blaxploitation film, waarbij genre-goden als Isaac Hayes en met name Curtis Mayfield er goedkeurend nog een opsteken. Wat de albums van Monophonics zo leuk maakt is die eerder genoemde aandacht voor detail. Niet alleen worden instrumenten en arrangementen gebruikt die correct zijn voor die tijd, maar ook de productie is heel zorgvuldig overgoten met een saus die een lang vergeten smaaksensatie opwekt. Een supermodern anachronisme dit, dat met tracks als het heerlijk opbouwende Last One Standing, het melancholieke titelnummer en het weelderige All In The Family een aantal verrukkelijk hoogtepunten kent, maar dat vooral als geheel diepe indruk maakt.

Luister in lossless geluidskwaliteit naar Monophonics met Qobuz of Tidal (abonnement vereist) of in lossy geluidskwaliteit met Spotify.

Linda Perhacs – Parallelograms

linda perhacs art's excellenceHet verhaal van Linda Perhacs leest als een sprookje. Ik heb het er al over gehad in de review van haar album The Soul Of All Natural Things die ik eerder schreef, en dit is dus dat bewuste album dat cultstatus verwierf zonder dat de artieste het wist en waardoor het uiteindelijk 44 jaar (!) duurde voor er een tweede album kwam. In die review noemde ik Parallelograms ‘een broeierig werkje’ maar dat doet het album absoluut geen recht. Al bij de eerste getokkelde gitaartonen en de zachte stem van Perhacs in de openingstrack Paper Mountain Men dringt de vergelijking met Joni Mitchell zich op. En luister ook maar eens goed naar het nummer Sandy Toes. Maar dat komt natuurlijk ook omdat Topanga Canyon, waar Perhacs woonde toen ze dit album opnam, net als Laurel Canyon van waaruit Joni Mitchell werkte, sterk onder de artistieke West Coast invloed van het nabijgelegen Los Angeles stond. Het is uiterst verfijnde hippiefolk, psychedelische singer-songwriter muziek, het prachtig getoonzette zonnige optimisme dat in die tijd onder de Amerikaanse jeugd leefde. Perhacs was stiekem ook wel een beetje minder braaf dan Joni Mitchell. Zo’n uiterst psychedelisch intermezzo als in het titelnummer zul je op geen enkel Joni Mitchell album terugvinden. Onrechtvaardig genoeg zou juist het succes van Mitchell wel eens de reden kunnen zijn geweest dat dit album van Linda Perhacs, uitgebracht op het in die tijd minder ‘hippe’ Kapp Records, nooit de doorbraak heeft gekregen die het destijds al verdiende. Wie weet wat voor prachtige albums Linda nog zou hebben gemaakt als die doorbraak er wél was gekomen. Maar ja, dán hadden we natuurlijk dat schitterende verhaal niet gehad van de mondhygiëniste die ruim 30 jaar in ‘blissfull ingorance’ verkeerde rond het feit dat ze wel degelijk een beroemde zangeres was geworden. Heeft iemand het script voor de film al geschreven? De bloedmooie soundtrack ligt er. Al jaren.

Luister in lossless geluidskwaliteit naar Linda Perhacs met Qobuz of Tidal (abonnement vereist) of in lossy geluidskwaliteit met Spotify.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.