Geplaatst door op 4 jan 2013 | 0 reacties

download de PDF van deze review – © copyright 2013

Stop een tijger in je LP12

Auteur: Max Delissen

 

Dat ik een liefhebber ben van de Linn Sondek LP12 zal onderhand wel bekend zijn. Het uitgekiende ontwerp van deze uiterst vitale oudgediende onder de platenspelers levert in zijn meest primaire vorm al een zeer muzikaal resultaat, maar er zijn in de loop der jaren tal van modificaties op de markt gekomen die de weergave nog eens aanzienlijk verbeteren. Ik heb daar eerder een uitgebreid artikel over geschreven waarin ik verschillende mogelijkheden de revue laat passeren en beschrijf welke verschillen ik hoor. De upgrades in dat verhaal zijn door Linn zelf ontworpen, maar af en toe staat er een ‘buitenstaander’ op die met een product komt dat nieuwe maatstaven weet te zetten. De Tiger Paw Khan is er een van.

Tiger Paw Kahn ingebouwd in een LP12

Tiger Paw Khan ingebouwd in een LP12

Constructie

Als je naar het ontwerp van de LP12 kijkt zullen bepaalde details niet direct in het oog springen. Wie weet bijvoorbeeld dat de metalen bovenplaat waar het subchassis inclusief plateau aan hangt van zichzelf licht gebogen is? Als de montageschroeven worden aangedraaid klemt de plaat zich hierdoor vast in een ingefreesde rand aan de binnenkant van de hardhouten ombouw. De hele constructie vormt op die manier een stijver geheel. Andere trillingen dan die van de naald in de groef zijn natuurlijk ongewenst in een platenspeler en hoe steviger de constructie, hoe schoner het geluid. Het levert vooral rust in het geluidsbeeld en een betere focus op. Maar de relatief dunne gebogen bovenplaat kan in de loop der jaren toch een deel van zijn spanning verliezen en wat inzakken onder het gewicht van het meer dan vier kilo zware plateau. Wat zich heel sluipend (en dus bijna onhoorbaar voor de dagelijkse gebruiker) zal vertalen in een minder precies geluidsbeeld. Linn heeft hier zelf (nog) geen upgrade voor in het pakket en dat is waar Tiger Paw zich meldt. De Khan bovenplaat en bijbehorende cross brace (die niet alleen meer stevigheid aan de platenspeler geeft maar ook wordt gebruikt om bijvoorbeeld een Valhalla voedingsprint of de sturing van de Lingo voeding op te monteren) kunnen in principe door de eigenaar van de LP12 zelf worden gemonteerd, maar dat raad ik ten zeerste af. Omdat de hele platenspeler uit elkaar moet en dus ook weer helemaal opnieuw moet worden afgesteld is dit echt een klus voor een gespecialiseerde Linn LP12 dealer.

Tiger Paw Kahn

Tiger Paw Khan

De Tiger Paw Khan en de Cross Brace zijn volgens het CNC-procédé uit een dikke plak hoogwaardig aircraft grade aluminium gefreesd en voorzien van groeven die staande golven in het materiaal effectief dempen. De plaat is uiterst onbuigzaam en zal dus nooit meer gaan verzakken. Een handig detail is dat in de bovenplaat en de brace al voorgetapte gaten zijn aangebracht voor bestaande Linn upgrades, zoals de andere motor en de gelijkloopsensor die bij de Radikal voeding horen en de printplaat van een Valhalla of Lingo voeding.

Maestro: Muziek!

Jan had drie draaitafels voor me klaarstaan. Van klein naar groot waren dat allereerst de LP12 met Akito arm, Benz Ace L element en Lingo voeding, vervolgens eenzelfde uitvoering maar dan met de Tiger Paw Khan bovenplaat en cross brace en daarnaast stond dan weer de overtreffende trap met de Radikal upgrade (motor + voeding) waarover ik in een apart stukje zal vertellen. De hifi-set van dienst bestond uit de Linn Uphorik phonoversterker, Klimax voor- en eindversterking, Linn bekabeling en de Wilson Benesch ACT C60 luidspreker. Elke muzikale nuance zou dus hoorbaar moeten zijn.

Als eerste leg ik de mono-re-issue van Ben Webster’s smooth jazz klassieker Soulville op het plateau van de LP12 met de standaard bovenplaat, en laat de naald in de groef zakken. Al bij de eerste klanken van de gitaar (Herb Ellis), bas (Ray Brown) en brushes (Stan Levey) is de zwoele toon gezet. Het titelnummer Soulville is een blues die zich verrukkelijk traag door de eerste maten heen sleept. Dan opeens is er een subtiele twinkel als opmaat op de piano (Oscar Peterson) waarna Ben Webster’s tenorsax als langzaam overlopende warme stroop inzet. Als hij nog meer valse lucht had geblazen was er geen toon meer te horen geweest maar dit is zo ontzettend lekker dat ik een brok in mijn keel krijg. Pure muziek, in één keer vastgelegd, in subliem samenspel dat zeer hecht klinkt. De neiging om het hele album af te luisteren moet ik echt onderdrukken want er is meer muziek dan tijd, dus beperk ik me tot één plaatkant. De swingende mid-tempo boogie van Late Date (met prachtig solowerk van Herb Ellis) wordt gevolgd door de romantische ballad Time On My Hands, met een hoofdrol voor de tenorsax. Opnieuw hoor ik het spuug bijna reutelen tussen het riet en het mondstuk. Webster heeft een heerlijke stijl met veel vibrato aan het eind van zijn muzikale frases, die meer op een soort trillend gefluister lijken dan dat er nog klank in zit.

Ben Webster - Soulville

Ben Webster – Soulville

Goed, dat is een erg lekker begin. Niks mis mee. Pak maar in, hier ga ik de rest van mijn leven gelukkig mee zijn… Ik heb dit album al heel vaak gehoord en de Speakers Corner persing klinkt hier fantastisch. Wie denkt dat een mono opname niet open en ruimtelijk kan klinken moet deze beslist eens luisteren en de kunstmatige stereoversie lekker links laten liggen. De plaat verhuist nu naar de LP12 met de Khan bovenplaat en cross brace. Met hooggespannen verwachtingen wacht ik op de eerste tonen, maar al tijdens het beluisteren van de aanloopgroef neem ik het eerste verschil waar. Zonder dollen, er is een fractie minder groefruis te horen. De gitaar van Ellis klinkt vervolgens net wat kleurrijker en de brushes van Levey komen beter naar voren in de mono-mix, wat theoretisch helemaal niet kan… Als de saxofoon inzet en de stroop weer rijkelijk vloeit kijk ik Jan vol ongeloof aan. “Heb je hem stiekem een beetje harder gezet?” is mijn ietwat impertinente vraag, maar Jan lacht en zegt dat ik er met mijn neus bovenop heb gestaan toen hij (met de versterker even op een ander kanaal gezet) uitsluitend de pluggen van de andere draaitafel in de phonotrap stak. Hm…wat is hier aan de hand? Er is niet alleen meer rust in de weergave gekomen, met een dieper inzicht in de opname en kleuren die helderder zijn, maar er is ‘iets’ weg tussen mij en de muziek waardoor het lijkt alsof er luider gespeeld wordt. Al filosoferend kom ik tot de conclusie dat een heel klein restje onrust in de weergave van de ongemodificeerde versie kennelijk toch nog maskerend werkt…

Nog een plaatje, en nog een, en nog een…

Jimmy Smith - The Cat

Jimmy Smith – The Cat

Nog wat oude jazz – dat draait zo lekker van vinyl namelijk – voor de tweede ronde. The Cat, met Jimmy Smith op het Hammondorgel en de big band van arrangeur Lalo Schiffrin als wall of sound achter hem. Deze klassieker is wel in stereo geregistreerd door de legendarische Rudy van Gelder. Ik heb ooit een brandschone originele persing uit 1964 op de kop weten te tikken (de in Duitsland geperste Europese versie op superdik vinyl) die de volle kracht van het orkest en de nonchalante swing van Jimmy Smith met een enorme dynamiek uit de luidsprekers laat knallen. Ook hier is de ‘gewone’ LP12 al erg prettig om naar te luisteren. Het begint subtiel, met eerst alleen de bas en een strak in de ruimte geprojecteerde woodblock die op de afterbeat de maat aangeeft. Dan komt er een licht swingend ritme bij, gespeeld op een ride-bekken, vervolgens het orgel en tot slot heerlijk aanzwellende akkoorden van de blazers. Dan explodeert de big band in een breed jazzakkoord en kan ik niks anders doen dan de iPad terzijde leggen om – geheel in de traditie van de luchtgitaar – nu een solo op het luchtorgel te geven. Als we dit op de LP12 met de Khan draaien is daar opnieuw die illusie van meer volume, maar de ruimte waarin het orkest staat is nu ook beter te horen. Er is duidelijker te ‘zien’ hoe de muzikanten staan opgesteld, en er is in de dynamische uithalen van het orkest meer lucht en vloeiendheid, alsof de rem er eerst een beetje op stond. Allemaal relatief natuurlijk, maar niettemin zeer duidelijk hoorbaar.

Casiopea - 4x4

Casiopea – 4×4

Daarna kies ik voor de cleane, perfect uitgevoerde funk van de Japanse viermansformatie Casiopea op het vrij zeldzame album 4×4 (waar vier kopstukken uit de GRP-stal als gastmuzikant op meespelen: Lee Ritenour, Don Grusin, Harvey Mason en Nathan East). De uptempo nummers klinken op de speler met de Khan bovenplaat dynamischer en met een betere ritmische samenhang. De interpretatie van Debussy’s Pavane Pour Une Infante Defunte op kant 1 is een welkom rustpunt. De fraaie ballad-uitvoering wordt nog tederder weergegeven, met een fretloze bas die dieper reikt en die vooral luchtiger en kleurrijker klinkt. Ook hoor ik meer nagalm op de piano.

Dictaphone - Poems From A Rooftop

Dictaphone – Poems From a Rooftop

Bij de tegendraadse elektro-akoestische ambient pop van Dictaphone (op het prachtige album Poems From A Rooftop) laat de Khan-versie duidelijk meer textuur horen. Naast cello en klarinet zitten er ook allerlei kleine percussiegeluidjes, belletjes en ritseltjes in, en worden gitaar en klarinet gemengd met subtiele elektronica. De sfeer doet me denken aan een lome avond op een dakterras, laat in de zomer, met witte wijn bij kaarslicht. Verfijnd is het, met veel ingehouden spanning en melancholie. Ten opzichte van de gewone versie is het geschetste beeld een stuk krachtiger en helderder met de Khan bovenplaat onder het plateau. De instrumenten lijken verder uit elkaar te staan, maar nadere beluistering onthult dat ze nu meer op natuurlijke grootte worden afgebeeld, waardoor er meer ruimte tussen te horen is.

Conclusie

De Tiger Paw Khan brengt op zichzelf al een enorme verbetering, maar laat alle andere verbeteringen die je aan een LP12 kunt doen ook nog eens extra goed horen. Als je eenmaal aan het upgraden slaat met een Linn Sondek LP12 krijg je te maken met beslissingen omtrent de volgorde. Ik zou zelf altijd beginnen met een voedingsupgrade. Dat is vrij eenvoudig te doen, het instapniveau is relatief laag en het effect is groot. Daarna zou je kunnen kiezen voor het Keel subchassis. Dat is ook een machtige stap voorwaarts, maar persoonlijk zou ik na de betere voeding kiezen voor de Tiger Paw Khan bovenplaat. Niet alleen omdat die minder dan de helft van een Keel kost, maar ook omdat het gehele verdere upgrade-pad er van profiteert. Alle modificaties die je na de Khan aanbrengt leveren meer verbetering op dan met de gewone stalen bovenplaat erop.

Het blijft een wonderlijke ervaring hoe enorm de invloed van mechanische upgrades op de uiteindelijke geluidskwaliteit van een platenspeler kan zijn. Daarbij mag ik niet voorbij gaan aan de soms forse bedragen die voor deze upgrades moeten worden neergeteld, maar ‘pound for pound’ heb ik nog geen enkele Linn LP12-upgrade beluisterd waar ik niet enthousiast over werd. Voor de Tiger Paw Khan geldt precies hetzelfde.

Tiger Paw Kahn - detail

Tiger Paw Khan – detail

Er zijn vast mensen die voor de 1400 euro inclusief montage die de complete Khan kit kost liever een complete platenspeler en een heleboel vinyl kopen, maar zij zullen nooit het genot beleven dat ik vandaag tijdens het beluisteren van mijn eigen platen had. Upgraden is altijd een keuze, maar de Tiger Paw Khan is zo goed dat ik er zonder voorbehoud mijn duim goedkeurend voor omhoog steek.

Spaarvarkens aller landen: vlucht nu het nog kan!
Muziek links op Spotify
 Webwinkel

Voor informatie en prijzen accessoires, zie onze webwinkel:

Dit document is eigendom van art’s excellence – © copyright 2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.